De vaardigheid die schuilgaat achter je langzaamste ademhalingsoefening
Waarom sneller niet altijd beter is
Hoe sneller je een ademhalingsoefening uitvoert, hoe minder je er eigenlijk van leert. Dat klinkt misschien tegenstrijdig. Maar we hebben snel de neiging om intensiteit als belangrijkste ingrediënt te beschouwen voor het succesvol uitvoeren van een ademoefening. Diepere ademhalingen, langere adempauzes, meer herhalingen. Je ziet het vaak genoeg voorbijkomen op social media. Maar achter elke techniek schuilt een vaardigheid die zich alleen bij een laag tempo ontwikkelt, en die voor een groot deel bepaalt of de technieken überhaupt effectief zijn.
Die vaardigheid is waarnemen. Voelen hoe de adem beweegt. Voelen waar hij in het lichaam terechtkomt. De overgang van de ene gemoedstoestand naar de andere opmerken. Zelfs in het moment van de overgang.
Het mechanisme achter het voelen
Interoceptie, het vermogen van je hersenen om signalen uit je lichaam te interpreteren, wordt getraind door aandacht, niet door inspanning. De insula, het gebied in de hersenen dat het grootste deel van die interpretatie voor zijn rekening neemt, verwerkt informatie scherper bij langzame, herhaalde observatie. Wanneer een oefening snel of intens is, overstemmen de luide signalen de stille en subtiele. Je sluit zo’n sessie dan af met het gevoel dat je veel hebt gevoeld, maar heel weinig hebt opgemerkt.
Mijn eigen les
Ik herken dit uit mijn eigen beoefening. Jarenlang had ik een soort minimum snelheid of intensiteit. Wim Hof, verbonden ademhaling. En zelfs de tragere methoden zoals coherent ademhalen of Box breathing deed ik alsnog intens, omdat ik dacht dat dat zo hoorde. Als er niets dramatisch gebeurde, voegde ik iets toe. Meer rondes, diepere ademhalingen, langere sessies. Mijn adempauzes werden langer tijdens Wim Hof sessies. Mijn waarneming in mijn lichaam en geest verbeterde echter niet. Dat frustreerde me, ook een teken dat ik voor de prestatie ging in plaats van voor de ervaring. En ook na afloop van een sessie nam ik niet altijd voldoende tijd om na te voelen of, en zo ja welke verandering de adem teweeg had gebracht.
Wat daar verandering in bracht, was andere mensen leren over de adem. Het geven van workshops dwong me om in een langzamer tempo te ademen, meer beginnersvriendelijk. En binnen een paar maanden leerde ik dingen voelen waar ik jarenlang gewoon aan voorbij was geademd. Het allereerste moment van een uitademing waarbij spanning loslaat. Het exacte moment waarop een houding van comfortabel naar inspannend overgaat. Het begin van een nieuwe adembeweging. Het verschil tussen kalm en volkomen stil. Subtiele sensaties in mijn lichaam of micro-gedachtes in mijn hoofd.
Dat kwam niet door een nieuwe techniek. Het kwam doordat ik oude technieken langzaam genoeg uitvoerde om te kunnen zien hoe ze werkten.
Iets om deze week te proberen
Neem deze week een oefening die je al doet of waar je al bekend mee bent en voer één sessie uit op halve snelheid. Dezelfde techniek, dezelfde duur, maar de helft van het tempo. Voeg niets toe. Je enige taak is om drie dingen op te merken die je normaal gesproken over het hoofd ziet. Voor technieken met een vast patroon, zoals Coherence Breathing of Box Breathing, voeg je een opwarmfase van vijf minuten toe waarin je alleen je ademhaling observeert. Vervolgens werk je zelf langzaam naar het eigenlijke ademhalingsprotocol toe.
De eerste keer zal het bijna saai aanvoelen. Dat is het teken dat je op de juiste snelheid zit. Verveling is hoe de grens van waarneming vanbinnen aanvoelt. Als je gedachten afdwalen, breng je ze vriendelijk weer terug naar waar je aanwezig was.
Wat dit voor jou betekent
Of je nu ademoefeningen doet voor betere slaap, minder stress, of meer focus, de winst zit niet in het aantal rondes. Die zit in wat je onderweg waarneemt. Langzamer ademen is geen zwakkere versie van de oefening. Het is de versie die je leert waarom de oefening werkt.
Wil je hier dieper op ingaan?
In mijn aanbod leer je stap voor stap hoe je van ademoefeningen een dagelijkse gewoonte maakt die wérkt. Niet door meer te doen, maar door scherper te voelen wat je al doet.

