Waarom meer ademhalen niet altijd meer zuurstof betekent
Waarom meer ademhalen niet altijd meer zuurstof betekent
Veel sporters denken:
“Als ik buiten adem raak, moet ik sneller ademhalen.”
Dat klinkt logisch.
Maar is niet altijd juist.
Meer ademen betekent niet automatisch dat je lichaam beter zuurstof opneemt of gebruikt.
Sterker nog:
soms gebeurt juist het tegenovergestelde.
Je bloed bevat vaak al genoeg zuurstof
Bij gezonde mensen is het bloed meestal al behoorlijk goed verzadigd met zuurstof.
Je saturatie is doorgaans tussen de 97 en 99%.
Het probleem zit daarom niet altijd in (meer) zuurstof binnenkrijgen.
Maar vaker in zuurstof afgeven daar waar het nodig is.
Bijvoorbeeld:
In je spieren
Tijdens inspanning
Onder belasting
En daarbij speelt iets belangrijks een rol:
het BOHR-effect.
Het BOHR-effect simpel uitgelegd
Het BOHR-effect beschrijft hoe zuurstof makkelijker wordt afgegeven aan je spieren wanneer er voldoende CO₂ aanwezig is.
Dat klinkt misschien vreemd.
Want CO₂ heeft vaak een slechte reputatie.
Maar je lichaam heeft CO₂ juist nodig om zuurstof goed beschikbaar te maken.
De metafoor van de bankrekening
Zie zuurstof als geld op je bankrekening.
Je hebt genoeg geld.
Je rekening staat vol.
Maar…
Je bent je pincode kwijt.
Dus je kunt er niet bij.
Dat is wat er deels kan gebeuren bij inefficiënte ademhaling of overademen.
Je ademt misschien veel lucht in …
maar je lichaam kan zuurstof minder goed afgeven aan de spieren.
Waarom overademen dit kan verstoren
Bij overademen blaas je relatief veel CO₂ uit.
Daardoor kan zuurstof sterker vast blijven zitten aan hemoglobine in het bloed.
Hemoglobine is een eiwit in rode bloedcellen dat zuurstof van de longen naar de rest van je lichaam transporteert en koolstofdioxide (CO₂) afvoert naar de longen.
En zuurstof heeft CO₂ nodig om los te kunnen laten en af te kunnen geven aan spieren, weefsels en cellen.
Met andere woorden:
Zuurstof is aanwezig
Maar wordt minder makkelijk afgegeven daar waar je het nodig hebt
Dat betekent niet dat CO₂ “goed” of “slecht” is.
Wel dat:
balans belangrijk is.
Waarom rustige ademhaling vaak efficiënter voelt
Veel sporters merken dat ze rustiger en efficiënter bewegen wanneer ze:
Minder gejaagd ademen
Meer controle houden
Hun tempo beter afstemmen op hun ademhaling
Dat heeft niet alleen met ontspanning te maken.
Maar ook met:
Ventilatoire efficiëntie
CO₂-regulatie
Ademcontrole onder belasting
Dit betekent niet dat je weinig moet ademen
Belangrijk: het doel is niet om zo min mogelijk te ademen.
Bij zware inspanning moet de ventilatie natuurlijk omhoog.
Maar veel recreatieve sporters gaan al vroeg:
Hijgen
Trekken aan lucht of zwaar ademen
Spanning opbouwen
Sneller ademen dan nodig
En juist daar valt vaak winst te halen.
Efficiënt ademen draait om balans
Niet:
Zoveel mogelijk lucht
Zo diep mogelijk ademen
Forceren
Maar:
Gecontroleerd ademen
Efficiënte adembeweging
Ontspannen onder belasting
Juiste afstemming tussen inspanning en ventilatie
Een interessante vraag tijdens je volgende training
Vraag jezelf eens af:
Heb ik echt meer lucht nodig …
of verlies ik vooral controle over mijn ademhaling?
Dat verschil voelen is een belangrijke eerste stap.
In de volgende blog:
Waarom neusademhaling veel sporters helpt om rustiger en efficiënter te bewegen, zonder dat mondademhaling verboden hoeft te zijn.

